Het andere meer van Malawi 🛶

Denk aan Malawi en je denkt waarschijnlijk aan het Malawimeer. Met een oppervlakte van één-derde van dit zuidoostelijk Afrikaanse land is de kans groot dat je langs dit enorme meer komt bij een bezoek aan deze regio. Het Chilwameer – ’s lands tweede grootste meer – is één van de meest afgelegen en minstbezochte regio’s van Malawi. Weg van de luxe lodges rondom het grote meer, op naar het alternatief: back to basics.

Het is tijd om vanuit Zomba – de voormalige hoofdstad van Malawi – af te reizen naar het Chilwameer. Hoewel de afstand tot de oever van het meer slechts 30 kilometer betreft, verzekert onze gids Isaac dat het een ‘bumpy ride’ gaat worden en het wel even duurt voordat we er zijn.

Kort na het verlaten van het stadse Zomba komen we al bij het begin van de met gaten bezaaide zandweg. Anderhalf uur – en vele kopstoten tegen het dak van 4×4 – later komen we eindelijk aan bij Mchenga. De oever bij Mchenga is eigenlijk niets meer dan een aanlegplaats voor vissers. Waar ze hun zojuist gevangen vis het land opbrengen en waar ook het bootje staat waarmee wij naar ons einddoel zullen varen: Chisi Island.

Alle vissers om ons heen navigeren zich door het ondiepe Chilwameer met de puntertechniek. Om bij de ideale plek te komen om zoveel mogelijk vis te vangen in hun enorme netten, steken ze een lange stok in het water om zich naar voren te bewegen. Dus dat is ook ons transport, wat ons vervolgens ruim een uur in alle rust laat genieten van het prachtige meer om ons heen. Met een slapende kont van het harde boothout is het dan tijd om het eiland vol met baobab-bomen te ontdekken.

De mensen van Chisi

Lopend langs de baobab-bomen, door de dorpjes langs de oevers, besef ik dat ik mij bevind in één van de armste gebieden in één van ’s werelds armste landen. De kapotte kleding, het droge eiland en de vele kinderen die onder het maismeel zitten: je kunt het overal aan zien. Maar je ziet ook blijdschap, wat ik op zoveel plekken in de wereld bij eilandbewoners heb gezien. Kinderen rennen in grote groepen achter je aan, van dorp naar dorp. Grapjesmakend, lachend en gretig om op de foto gezet te worden. Het klinkt zo cliché, maar dit soort ervaringen laten je wel echt nadenken over het leven.

Isaac is niet zomaar een gids. Hij zette op Chisi een project op om de leefomstandigheden van de bewoners te verbeteren. Het grootste deel van de Kwacha’s – de Malawiaanse valuta – die wij hem betalen om een kijkje te nemen op het eiland investeert hij weer in kleding, zaden en scholen. In plaats van de eilandbewoners de verantwoordelijkheid te geven over zijn Kwacha’s, motiveert hij ze om een grotere diversiteit aan groenten te verbouwen en om naar school te gaan. Doen ze dit consequent, dan krijgen ze van Isaac kleding, zeep en andere dagelijkse producten. En het lijkt te werken.

Waar het dagelijkse dieet eerder bestond uit ‘nzima’ – gekookt maismeel – en met wat geluk een paar kleine vers gevangen visjes, vullen ze dit dieet nu aan met eigen verbouwde groenten. Vele jaren van overbevissing hebben geleid tot schaarste. Vooral grotere vissen – zoals de meerval – worden bijna nooit meer gevangen. Door een gevarieerder dieet aan te nemen kan de visstand weer verbeteren.

Het warme hart van Afrika

Mijn angst bij het bezoeken van plekken vanwege de mensen de er wonen is dat het ongewoon aanvoelt. Alsof je naar de dierentuin gaat om naar mensen te kijken. Ongewenste portretten maken zonder te vragen, westerse toeristen die zich superieur voelen en kijken hoe de armen des wereld leven zonder aandacht te besteden aan de lokale normen en waarden.

Maar het bezoek aan Chisi voelde totaal niet zo. Het voelde oprecht en leerzaam. De mensen leken het fantastisch te vinden om met ons te voetballen en te lummelen. Om met ons te koken, met handen en voeten te communiceren, naar ons te kijken en samen met ons op zoek te gaan naar brandhout. Alles met een grote glimlach en wat schaterlachen tussendoor. Dit was niet een eenzijdige interesse vanuit ons, maar ook de interesse vanuit hen. Iedereen sprong voor de camera om zichzelf te kunnen zien op het kleine LCD-schermpje. Dat zijn jij, de camera en twintig kleine kinderen die strijden voor het beste zicht. Over elkaar heen klimmend en altijd blijven lachen. Nu begrijp ik echt waarom ze Malawi het ‘warme hart van Afrika’ noemen.

Gerelateerde blogs